THE ASSAULT

The beating of the guns grows louder.
“Not long, boys, now.”
My heart burns whiter, fearfuller, prouder.
Hurricanes grow
As guns redouble their fire.
Through the shaken periscope peeping,
I glimpse their wire:
Black earth, fountains of earth rise, leaping,
Spouting like shocks of meeting waves.
Death’s fountains are playing.
Shells like shrieking birds rush over;
Crash and din rises higher.
A stream of lead raves
Over us from the left … (we safe under cover!)
Crash! Reverberation! Crash!
Acrid smoke billowing. Flash upon flash.
Black smoke drifting. The German line
Vanishes in confusion, smoke. Cries, and cry
Of our men, “Gah, yer swine!
Ye’re for it” die
In a hurricane of shell.

One cry:
“We’re comin’ soon! look out!”
There is opened hell
Over there; fragments fly,
Rifles and bits of men whirled at the sky:
Dust, smoke, thunder! A sudden bout
Of machine guns chattering….
And redoubled battering,
As if in fury at their daring!…

No good staring.

Time soon now … home … house on a sunny hill….
Gone like a flickered page:
Time soon now … zero … will engage….

A sudden thrill—
“Fix bayonets!”
Gods! we have our fill
Of fear, hysteria, exultation, rage,
Rage to kill.

My heart burns hot, whiter and whiter,
Contracts tighter and tighter,
Until I stifle with the will
Long forged, now used
(Though utterly strained)—
O pounding heart,
Baffled, confused,
Heart panged, head singing, dizzily pained—
To do my part.

Blindness a moment. Sick.
There the men are!
Bayonets ready: click!
Time goes quick;
A stumbled prayer … somehow a blazing star
In a blue night … where?
Again prayer.
The tongue trips. Start:
How’s time? Soon now. Two minutes or less.
The gun’s fury mounting higher….
Their utmost. I lift a silent hand. Unseen I bless
Those hearts will follow me.
And beautifully,
Now beautifully my will grips.
Soul calm and round and filmed and white!

A shout: “Men, no such order as retire”
I nod.
The whistle’s ‘twixt my lips….
I catch
A wan, worn smile at me.
Dear men!
The pale wrist-watch….
The quiet hand ticks on amid the din.
The guns again
Rise to a last fury, to a rage, a lust:
Kill! Pound! Kill! Pound! Pound!
Now comes the thrust!
My part … dizziness … will … but trust
These men. The great guns rise;
Their fury seems to burst the earth and skies!

They lift.

Gather, heart, all thoughts that drift;
Be steel, soul,
Compress thyself
Into a round, bright whole.
I cannot speak.

Time. Time!

I hear my whistle shriek,
Between teeth set;
I fling an arm up,
Scramble up the grime
Over the parapet!
I’m up. Go on.
Something meets us.
Head down into the storm that greets us.
A wail.
Lights. Blurr.
Gone.
On, on. Lead. Lead. Hail.
Spatter. Whirr! Whirr!
“Toward that patch of brown;
Direction left.” Bullets a stream.
Devouring thought crying in a dream.
Men, crumpled, going down….
Go on. Go.
Deafness. Numbness. The loudening tornado.
Bullets. Mud. Stumbling and skating.
My voice’s strangled shout:
“Steady pace, boys!”
The still light: gladness.
“Look, sir. Look out!”
Ha! ha! Bunched figures waiting.
Revolver levelled quick!
Flick! Flick!
Red as blood.
Germans. Germans.
Good! O good!

Cool madness.


DE AANVAL

Het knallen van de geweren zwelt aan.
“Nu niet lang meer, jongens.”
Mijn hart brandt feller, angstiger, trotser.
Wervelstormen groeien
Terwijl geweren hun schoten verdubbelen.
Met het van de wijs gebrachte spieden doorheen de periscoop,
bespeur ik hun draad:
Zwarte aarde, fonteinen van aarde rijzen omhoog, opspringend,
Omhoog spuitend als een smak van tegen elkaar slaande golven.
De fonteinen van de dood zijn aan het spelen.
Patronen razen over als gierende vogels;
De herrie en het kabaal worden alsmaar helser.
Een stroom van lood raast
Over ons heen vanaf de linkerflank … (wij zitten veilig!)
Knal! Echo! Knal!
Scherpe opzwellende rook. Flits na flits.
Zwarte rook drijft langs. De Duitse linie
Verdwijnt in verwarring, rook. Kreten, dan een kreet
Van onze manschappen, “Bah, jullie zwijnen!
We zullen jullie” sterven weg
in een wervelwind van patronen.

Eén kreet:
“We komen er spoedig aan! Pas op!”
Daar wordt de hel geopend
Daarginds; vliegen fragmenten,
Geweren en stukjes man stuiven op naar de hemel:
Stof, rook, donder! Een plotse vlaag
Van kletterende machinegeweren…
En het verdubbelde bombarderen,
Als in razernij ontstoken door hun lef!…

Staren heeft geen zin.

De tijd is nu nabij … thuis … huis op een zonnige heuvel….
Verdwenen als een omgeslagen pagina:
De tijd is nu nabij … niemand … zal zich verloven

Een plotse opwinding —
“Fixeer de bajonetten!”
Goden! we hebben onze portie wel gehad
Van angst, hysterie, gejubel, razernij,
Razernij om te doden.

Mijn hart brandt witheet, steeds witter en witter,
Trekt nauwer en nauwer samen,
Tot ik verstik in de wil
Reeds lang gesmeed, nu pas aangewend
(Zij het uitermate geforceerd)—
Oh kloppend hart,
Verbijsterd, verward,
Gekweld hart, gonzend hoofd, duizelig gepijnigd —
Om mijn plicht te doen.

Een ogenblik verblind. Ontdaan.
Daar zijn de mannen!
Bajonetten in gereedheid: klik!
De tijd gaat snel;
Een gestameld gebed … op een of andere manier een fel brandende ster
In een blauwe nacht … waar?
Opnieuw gebed.
De tong struikelt. Start:
Hoelang nog? Spoedig nu. Twee minuten of minder.
De razernij van het geweer stijgt hoger ….
Tot het uiterste. Ik hef een stille hand op. Ongezien zegen ik
Die harten die mij zullen volgen.
En wondermooi,
Nu krijgt mijn wil wondermooi grip.
De ziel vredig en gaaf en met een waas bedekt en wit!

Een kreet: “Mannen, terugtrekken is geen optie”
Ik knik.
Het fluitje zit tussen m’n lippen…
Ik vang
Een lusteloze, uitgeputte glimlach naar me op.
Geachte manschappen!
Het bleke polshorloge…
De stille hand tikt verder temidden van de herrie.
De geweren rijzen
Wederom op tot een laatste razernij, tot een woede, een lust:
Dood! Bombardeer! Dood! Bombardeer! Bombardeer!
Nu komt het genadeschot!
Mijn plicht … duizeligheid … wil … maar vertrouw
Deze mannen. De grote geweren komen boven;
Hun razernij lijkt de aarde en hemel te doen openbarsten!

Ze komen omhoog!

Verzamel, mijn hart, alle dolende gedachten;
Wees van staal, ziel,
Druk jezelf samen
In een gaaf, fel geheel.
Ik kan niet spreken.

Tijd. Tijd!

Ik hoor mijn fluitje gieren,
Tussen de tanden geklemd;
Ik gooi een arm in de lucht,
Klauter langs het roet omhoog
Over de verschansing!
Ik ben overeind. Ga verder.
Er komt ons iets tegemoet.
Hoofd omlaag in de storm die ons groet.
Een gehuil.
Lichten. Wazig zicht.
Weg.

Voorwaarts, voorwaarts. Leid ons. Leid. Heil.
Gekletter. Gegons! Gegons!
“Naar dat plekje grond:
Aan de linkerkant.” Kogels in een stroom.
Gedachten verorberend, huilend in een droom.
Mannen, ineengestort, neergaand….
Toe dan. Ga.
Doofheid. Gevoelloosheid. De luider wordende tornado.
Kogels. Modder. Gestruikel en geglij.
De gesmoorde kreet van mijn stem:
“Vaste tred, jongens!”
Het stille licht: tevredenheid.
“Kijk, sir. Opgepast!”
Ha! ha! Bijeengepakte wachtende silhouetten.
De revolver snel aangelegd!
Klik! Klik!
Bloedrood.
Duitsers. Duitsers.
Goed! Oh goed!
Kille waanzin.

Dutch translation © 2014 Kim Maes

Robert Nichols

Robert Nichols

Robert Malise Bowyer Nichols (6 or 16 September 1893 – 17 December 1944) was an English writer, known as a war poet of World War I, and a playwright. He was educated at Winchester College and Trinity College, Oxford. Read more…

Poems on this site :

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *